Disclaimer

In het onderdeel Regelgeving vindt u geldende Algemeen Verbindende Voorschriften (verordeningen) en beleidsregels van de gemeente Grootegast. De complete tekst, waarin alle wijzigingen zijn verwerkt, is gepubliceerd. De informatie in dit onderdeel vormt geen bekendmaking in de zin van de Gemeentewet of de Algemene wet bestuursrecht. Alleen publicatie in "De Streekkrant" heeft een officieel karakter.

  

Procedureregeling planschadevergoeding

Voor deze verordening versie is geen samenvatting ingevoerd.

Gegevens van de regeling

Overheidsorganisatie Gemeente Grootegast
Officiële naam regeling Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008
Citeertitel Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008
Vastgesteld door college van burgemeester en wethouders
Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld)
Onderwerp Ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen.
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Betreft (aard van de wijziging) nieuwe regeling
Datum van inwerkingtreding van (een versie van) de regeling 18-09-2008
Datum terugwerkende kracht (t/m) van (een versie van) de regeling
Datum ondertekening van (een wijziging van) de regeling 02-09-2008
Bron bekendmaking van (een wijziging van) de regeling Geen.
Kenmerk voorstel Onbekend.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet op de Ruimtelijke Ordening, art. 6.7.
  2. Wet op de Ruimtelijke Ordening, art. 6.1.3.3.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Datum ondertekening
Bron bekendmaking
Kenmerk
voorstel
18-09-2008 nieuwe regeling 02-09-2008
Geen.
Onbekend.
15-12-2005 nieuwe regeling 01-11-2005
Geen
Onbekend.

Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade 2008

 

De raad van de gemeente Grootegast; 

 

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 augustus2008; 

 

Gelet op artikel 6.7 Wet ruimtelijke ordening en artikel 6.1.3.3 Besluit ruimtelijke ordening; 

 

Besluit vast te stellen de volgende 

 

Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Grootegast 

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

 

In deze verordening wordt verstaan onder: 

a.         aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming in de schade als bedoeld in

artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening indient; 

b.         adviseur: de door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen persoon als

bedoeld in artikel 6.1.1.1, onder c, Besluit ruimtelijke ordening; 

c.        adviescommissie: schadebeoordelingscommissie als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van

deze verordening; 

c.        besluit: Besluit ruimtelijke ordening;

e.        college: het college van burgemeester en wethouders;

f.        gemeente: gemeente Grootegast;

g.         planologische maatregel: oorzaak als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, Wet ruimtelijke

ordening; 

h.         planschade: schade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, Wet ruimtelijke ordening;

i.         wet: Wet ruimtelijke ordening.

 

Artikel 2. Opdrachtverstrekking

 

Binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in artikel 6.1.3.1 van het 

besluit verstrekt het college aan één of meerdere adviseurs gezamenlijk, opdracht om ter zake van 

een aanvraag advies uit te brengen, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 6.1.3.1 van het 

besluit of aan artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht. 

 

Artikel 3. Adviseur of adviescommissie

 

1.         Voor de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking wordt door het college

een adviseur aangewezen die beschikt over voldoende deskundigheid inzake advisering 

op het gebied van planschade. 

2.        Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde

adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege 

inkomensderving en er, gezien de complexiteit, aard en omvang van de aanvraag, 

behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het college een tweede adviseur 

aangewezen die deskundig is op het gebied van accountancy of van financieel 

economische bedrijfsvoering. 

3.         Indien het college, na advies te hebben ingewonnen van de in het eerste lid bedoelde

adviseur, van oordeel is dat de aanvraag betrekking heeft op planschade vanwege 

waardevermindering van een onroerende zaak en er, gezien de complexiteit, aard en 

omvang van de aanvraag, behoefte bestaat aan extra deskundigheid wordt door het 

college een tweede adviseur aangewezen die deskundig is ter zake van de waardering 

van onroerende zaken en van waardevermindering daarvan als gevolg van een 

planologische verslechtering. 

4.         Indien naar het oordeel van het college het tweede en het derde lid van toepassing zijn,

worden zowel de in het tweede als het derde lid bedoelde adviseurs aangewezen. 

5.         Bij aanwijzing van meerdere adviseurs vormen deze een adviescommissie, waarvan de in

het eerste lid bedoelde adviseur voorzitter is. 

6.         De adviescommissie wijst uit haar midden een rapporteur aan.

 

Artikel 4. Deskundigheid en onafhankelijkheid

 

1.         Voordat een persoon als adviseur wordt aangewezen, kan het college verlangen dat deze

aantoont op grond van opleiding en ervaring deskundig te zijn met betrekking tot de in 

artikel 3, eerste, tweede of derde lid, bedoelde aspecten waarop deze persoon de 

aanvraag moet beoordelen. 

2.         Een adviseur mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijk van de raad. Eveneens mag

een adviseur niet betrokken zijn bij de planologische maatregel waarop de aanvraag 

betrekking heeft. 

 

Artikel 5. Betrokkenheid aanvrager en andere belanghebbenden bij aanwijzing adviseur of adviescommissie

 

1.        Voordat het college de opdracht tot advisering zoals bedoeld in artikel 2 verstrekt, stelt het

college de aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de 

belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet schriftelijk 

op de hoogte van de aanwijzing van: 

a. een adviseur als bedoeld in artikel 3, eerste lid, of 

b. meerdere adviseurs als bedoeld in artikel 3, vijfde lid. 

2.         De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de

belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet kunnen 

binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in het eerste lid schriftelijk en 

voldoende gemotiveerd een verzoek tot wraking van één of meerdere adviseurs bij het 

college indienen. 

3.         Het college beslist binnen twee weken na het verstrijken van de in het tweede lid

bedoelde termijn over een ingediend verzoek tot wraking van één of meerdere adviseurs. 

 

Artikel 6. Werkwijze adviseur of adviescommissie

 

1.         Het college stelt aan de adviseur of de adviescommissie alle op de aanvraag betrekking

hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan naar het oordeel van de 

adviseur of van de adviescommissie noodzakelijke bescheiden ter beschikking. 

2.         Het college wijst uit de ambtelijke organisatie één of meer personen aan die de adviseur

of de adviescommissie bij de uitvoering van de adviesopdracht bijstaat. 

3.         De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie organiseert één of meerdere

hoorzittingen, waar de aanvrager en de in het tweede lid bedoelde ambtelijke 

vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid worden gesteld de aanvraag toe te lichten, 

onderscheidenlijk de voor de advisering over de aanvraag relevante informatie te 

verschaffen, dan wel een standpunt van de gemeente over de aanvraag aan de adviseur 

of de adviescommissie kenbaar te maken. Eventuele andere betrokken bestuursorganen, 

alsmede de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet 

worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken. 

4.         De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie bepaalt het tijdstip waarop de

adviseur of de adviescommissie de situatie ter plaatse zal bezichtigen en nodigt de 

aanvrager voor de plaatsopneming uit. 

5.         Ten behoeve van een taxatie van een bij de aanvraag betrokken onroerende zaak, wordt

door de adviseur of de voorzitter van de adviescommissie met de aanvrager een afspraak 

gemaakt. 

6.         Van de in het derde lid bedoelde hoorzitting en van de in het vierde lid bedoelde

bezichtiging wordt door, dan wel onder verantwoordelijkheid van, de adviseur of de 

voorzitter van de adviescommissie een verslag gemaakt, dat onderdeel vormt van het uit 

te brengen advies. 

7.         Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviseur of de adviescommissie binnen

zestien weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een concept daarvan 

aan de gemeente, aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokken bestuursorganen 

en aan de belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet. 

De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn onder opgaaf van 

redenen met een daarbij aan te geven termijn met ten hoogste vier weken verlengen. 

8.         De aanvrager, eventuele andere betrokken bestuursorganen alsmede de

belanghebbenden als bedoeld in artikel 6.4a, tweede en derde lid, van de wet worden in 

de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de toezending van het concept advies 

schriftelijk hierop te reageren. 

9.        In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie

binnen vier weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde termijn een advies 

uit aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken. 

10.         In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de

adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het achtste lid bedoelde 

termijn een advies uit aan het college. 

 

Artikel 7. Slotbepalingen

 

1.         Deze verordening treedt in werking op 18 september 2008;

2.        Deze verordening wordt aangehaald als “Procedureverordening voor advisering

tegemoetkoming in planschade 2008”. 

 

 

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 2 september 2008 

 

 

De voorzitter, 

 

 

De griffier,